De wintertijd is ingegaan en de avonden en nachten worden langer. Nog even en we gaan in het donker naar ons werk toe en komen ‘s avonds ook in het donker weer thuis. De doorrijders onder ons zullen dus vaker de rit geheel of gedeeltelijk in het donker moeten rijden. Met andere woorden Rijden in duisternis.

Maar ook in de zomerperiode kunnen wij wel eens genoodzaakt zijn om in het donker te rijden. Voor het plezier om gewoon eens een nachtrit te ervaren of uit noodzaak omdat er zich een calamiteit heeft voorgedaan. Met andere woorden: vroeg of laat ontkom je dus niet aan het rijden in het donker. Hetgeen helemaal geen probleem hoeft te zijn, zoals ik hieronder zal toelichten.

Zelf herinner ik mij een voorval tijdens een groepsreis enkele jaren geleden. De motor van een van de deelnemers hield er mee op en moest op transport. Na uren op de Schotse ANWB te hebben gewacht werd de motor rond 20.00 uur ‘s avonds opgehaald. De duisternis was ondertussen ingevallen. De bestuurder stapte bij mij achter op en samen reden we naar het hotel waar de rest van de groep op ons wachtte. Dat was nog zo’n 4 uur rijden.
‘s Avonds op het platte land van Schotland is iets anders dan ons eigen kikkerland. Donker is daar echt donker. Het enige zicht was de bundel van het grote licht van mijn motor. Gelukkig had ik een navigatie op de motor zodat het wegverloop nog enigszins te zien was. Een heleboel gloeiende kooltjes in de verte bleek een kudde schapen te zijn die de rijbaan als rustplek had uitgezocht. Je gaat dan vanzelf steeds voorzichtiger rijden. Door bochten heen kijken waar je naar toe wilt, zoals je bij daglicht gewend bent, heeft geen enkele zin meer. Zodra je uit de lichtbundel kijkt zie je namelijk totaal niets, slechts duisternis.

Wat zijn de beste tips als je in het donker moet rijden.Rijden-in-duisternis-01
Pas je snelheid aan, aan het zicht wat je op dat moment hebt. Je moet natuurlijk je motor wel tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand dat de weg vrij is EN deze te overzien is.

Vanzelfsprekend zorg je er voor dat je verlichting in orde is en dat alle lampen werken en correct zijn afgesteld.

Grootlicht
Voer zoveel als mogelijk groot licht. In de grootlicht bundel zie je veel meer en verder dan in de dimlicht bundel. Dit doe je zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Mag dat dan? Jazeker!

Groot licht voeren is alleen verboden in de volgende drie gevallen (art. 32 RVV). Dus in alle andere gevallen mag je dus gewoon het grote licht voeren.

  1. bij dag
  2. bij het tegenkomen van een andere weggebruiker (dus ook een voetganger) en
  3. bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig

Tegenligger
Wanneer je (weer even) met dimlicht rijdt omdat een ander voertuig je tegemoet komt, dan kun je het grote licht al weer inschakelen nog vóórdat je die tegenligger passeert, namelijk op het punt van zo’n 10 meter voordat dit passeren gebeurt. Door de snelheid van beide voertuigen is verblinding van de tegenligger nagenoeg niet mogelijk.. Het grote voordeel is dat je daardoor al veel eerder weer je eigen wegsituatie, met groot licht, kunt overzien.

In flauwe (lange) bochten kun je langer met grootlicht blijven rijden, je verblindt je tegenliggers niet zo heel snel met je groot licht. Met name in linker bochten kun je aanmerkelijk later het licht dimmen.

Kom je een tegenligger tegen dan loop je zelf risico om verblind te worden. Dwing je zelf dan ook om niet in het licht van je tegenligger te kijken en kijk af en toe even weg te naar een donker gedeelte. Je behoudt dan beter je “nachtzicht” dan dat je in het licht blijft kijken.

Of probeer een referentiepunt te vinden dat voorbij je tegenligger ligt en dat het wegverloop markeert. Dit kan bijvoorbeeld het licht van een kruising zijn of de achterlichten of koplampen van een ander voertuig.

Komt je een ander voertuig tegemoet, dan kun je je voordeel doen met de lichtbundel van dat voertuig. Of dit nu het dimlicht of het grootlicht is, in het schijnsel van dat licht is vaak meer waar te nemen dan in de stralenbundel van je eigen voertuig. Vanzelfsprekend dim je zelf wel altijd tijdig je verlichting, zoals reeds toegelicht.

Rijden-in-duisternis-02Kruisingen
Als je zo veel als mogelijk met grootlicht rijdt dan moet je bij het naderen van kruisingen even goed opletten. Door je groot licht overstraal je ook heel veel. Als er dan bijv. iets vanuit de zijstraat nadert dan heb je kans dat je dit niet of heel moeilijk waar neemt. Daarom is het verstandig om bij kruisingen op tijd even het licht te dimmen om daarna weer het groot licht in te schakelen. Dus ga werken met je verlichting. Die schakelaar zit er niet voor niets.

Nog even een paar andere aandachtspunten bij het rijden bij duisternis

Door de achterlichten van de voorganger te volgen of de koplampen van tegenliggers in de gaten te houden kun je ook in het donker vrij goed het wegverloop beoordelen. Als het zicht op de achter verlichting van een voorrijdend voertuig af en toe wordt onderbroken, dan kan dit betekenen dat er zich iets tussen de voertuigen bevindt of heeft bevonden.

Wanneer je slechts één koplamp of achterlicht ziet, is dit niet automatisch een motorrijder. Het kan ook zijn dat de verlichting defect is en er toch een auto op je af komt.

Als een voorrijdend voertuig zonder aanwijsbare reden plotseling remt of uitwijkt dan is er kans dat er een obstakel op de weg ligt.

Let op de markering van vrachtauto’s een aanhangwagens/opleggers. Dit zegt iets over de lengte van het voertuig wat je kunt verwachten.

Tenslotte de reflectorpaaltjes die langs de kant van de weg staan.

  • Witte reflectoren bevinden zich links; Rode reflectoren bevinden zich rechts
  • Zie je bij het naderen van een bocht alleen witte reflectoren dan is het een bocht naar rechts
  • Zie je bij het naderen van een bocht alleen rode reflectoren dan is het een bocht naar links
  • De afstand tussen de reflectoren in de bocht zegt ook iets over de scherpte van de bocht.
  • Grote tussenruimte dan een scherpe bocht; Kleine tussenruimte dan een flauwe bocht