Ruimtekussen en volgafstand

Als motorrijder ben je primair zelf verantwoordelijk voor je eigen veiligheid. Dat is in ieder geval de overtuiging van de instructeurs van Verkeerstraining Nederland. Dat betekent onder andere dat je in staat bent om vergissingen en fouten van andere weggebruikers op te vangen en op te lossen. Doe dit zonder kwaad of gefrustreerd te raken. Het leed is al geschied en je hebt alleen je zelf er mee. Rij vergevingsgezind. Dus zorg voor een ruimtekussen om je heen.

Voor je eigen veiligheid zorgen doe je onder andere door er voor te zorgen dat je zelf een geoefend rijder bent. Dit kun je bereiken door af en toe een voortgezette rijopleiding te volgen.

In het verkeer zorg je er voor dat je zo veel als mogelijk van het potentiele gevaar vandaan blijft. Dus afstand houden van je voorganger maar ook van gevaarlijke situaties links, rechts en achter je. Deze afstand noemen we het ruimtekussen.

Het ruimtekussen is geen statisch gegeven. De ene keer kan de afstand tot een potentieel gevaarlijke situatie groter zijn dan de andere keer. Soms is het noodgedwongen erg klein. Een goede vuistregels is de zogenaamde 2 seconden regel. Onder alle omstandigheden blijf je ten minste 2 seconden van je voorganger af rijden. Dit meet je door langzaam 21, 22 te tellen op een moment dat je voorganger een vast punt voorbij rijdt. Dit kan een boom, hectometerpaaltje of vlek in de weg zijn. Als jij met je motor dat zelfde punt passeert moeten er 2 seconden voorbij zijn. Meer is helemaal niet erg maar minder wel. 2 seconden is dus echt het minimum. Je zou ook een afstand in relatie tot je snelheid kunnen aanhouden. Maar, afstand schatten is moeilijker dan 2 seconden aftellen. Daarbij komt dat 2 seconden afstand houden werkt bij elke snelheid. Ga je afstand in meters houden dan zit je steeds te rekenen.

Als bijvoorbeeld een autosnelweg. Op dit soort wegen bevinden zich per definitie geen kruisingen en iedereen rijdt met ongeveer de zelfde snelheid de zelfde kant op. Waarom zou je dan op korte afstand achter je voorganger blijven rijden. Door meer afstand te nemen creëer je meer tijd om te reageren en dus meer veiligheid. Hoeveel afstand is dan noodzakelijk vraag je je af. Bij 130 km/u rij je 36 m/sec dus met de 2 seconden regel moet je 72 meter afstand van je voorganger houden. Rij je over een provinciale weg dan is de maximum snelheid daar over het algemeen 80 km/u. Je rijdt dan 22 m/sec en dus zou je minimaal 44 meter afstand moeten houden.

In de praktijk zie ik dat veel motorrijders veel dichter achter hun voorganger rijden dan deze 44 meter.

Los van de afstand van je voorganger is het ook van belang om links, rechts en achter je te zorgen voor voldoende afstand van potentieel gevaar. Het ruimtekussen.

Komt er een auto vanuit een rechter zijstraat dan is het zaak om je meer naar de linker zijde van de weg te begeven. In sommige gevallen is het misschien wel goed om uiterst links te gaan rijden. Tijdens onze Professionele Rijvaardigheidstrainingen zijn dit situaties die we opzoeken en bespreken. Dreigt er gevaar van links dan is het zaak om zoveel als mogelijk naar rechts te gaan. En in de situatie dat er gelijktijdig van links en rechts gevaar dreigt is de enige mogelijkheid nog om in het midden te blijven rijden en je snelheid naar beneden aan te passen. Met gevaar bedoelen we ook (vracht)auto’s die ons tegemoet komen. Deze bestuurders kunnen ook rare capriolen uithalen.

In een filmpje dat deze week op facebook verscheen is goed te zien hoe een motorrijder zich laat verrassen door een portier van een geparkeerde bestelauto dat open gaat. Uitwijkruimte had hij niet, want er kwamen wat tegenliggers aan. Deze motorrijder maakte zich zelf geheel afhankelijk van andere verkeersdeelnemers. Hij had niet meer zelf de regie in handen. Hier is deze film.

In het geval dat een automobilist dicht achter je blijft rijden is er onvoldoende ruimtekussen tussen jou en degene die achter je rijdt. Moet jij plotseling remmen dan bestaat de kans dat je van achteren wordt aangereden. Geen wenselijk situatie dus. Je kunt de bestuurder achter je misschien met handsignalen duidelijk maken dat hij afstand moet houden. Ook kun je proberen om hinderlijk in zijn zichtveld te gaan rijden. Houdt de bestuurder via je spiegels in de gaten. Verplaatst hij zich naar links of rechts ga dan met hem mee en blijf in zijn zicht rijden. Vaak levert dit het gewenste resultaat van afstand houden op. In het geval dat niets helpt, houdt dan de eer aan je zelf. Het gaat ten slotte om jouw veiligheid. Stop bij een parkeerplaats, rij een extra rondje om een rotonde, sla even links of rechts af en vervolg daarna je weg weer. Je hebt hem dan voor je rijden in plaats van achter je.

Het voelt misschien als “verliezen”, maar houdt in de gaten dat het om jouw veiligheid gaat. Beter een keer “verliezen” dan een dokter aan je bed of erger.

En hou in gedachten; Het is altijd mooi motorweer tijdens de trainingen van Verkeerstraining Nederland.

Rob