Rijden in groepsverband

Met de start van een nieuw motorseizoen zullen oude en nieuw groepen motorrijders weer de nodige toertochten maken. Elk jaar zijn er ook weer nieuwe en dus onervaren motorrijders die mee rijden in groep. Zowel voor de ervaren als de onervaren motorrijder volgt hierbij een handreiking hoe te rijden in een groep motorrijders.

Elke groep heeft zo zijn eigen “spelregels” hoe zij in hun groepje rijden. Soms zijn deze beschreven en soms gaat men er vanuit dat je ze “gewoon” weet. Het kan dus geen kwaad dat, wanneer je in een nieuwe groep gaat rijden, je vooraf informeert naar de bijzonderheden of “spelregels”.

Basis spelregels om veilig in een groep te rijden:

Maak de groep niet te groot. Afhankelijk van de ervaring is de omvang van een groep 5 tot maximaal 8 motorrijders. Wanneer de groep groter wordt bezorg je het overige verkeer steeds meer overlast. Ook is het dan voor de voorrijder niet meer te zien of iedereen in de groep nog mee kan komen.

In een groep rijdt de meest ervaren rijder op de voorste positie. Op de tweede positie rijdt de minst ervaren c.q. minst snelle rijder. Op de derde positie degene die daarna het minst ervaren is etc. etc. De laatste rijder ten slotte is ook weer een ervaren rijder. De tweede rijder geeft als het ware de snelheid aan. Hij rijdt een tempo dat voor hem goed te doen is en waarbij hij in zijn comfort zone veilig kan blijven rijden. De voorste rijder en overigens de rest ook, past zijn snelheid aan de tweede rijder aan.

Schaam je echter niet wanneer je op de tweede positie rijdt. Iedereen heeft het moeten leren. Het spreekt vanzelf dat wanneer je er voor kiest om in een groep te rijden dat ook jij je snelheid aanpast aan de minst ervaren rijder. Je gaat hem natuurlijk niet opjagen, ook niet met allerlei goed bedoelde opmerkingen of grapjes. Wil je liever je eigen tempo rijden dan is dat natuurlijk ook goed, maar ga dan niet in een groep rijden.

baksteen-rijden-op-de-snelwegIn een groep is het gebruikelijk dat er in een baksteenformatie wordt gereden. Dat betekent dat de rijders om en om links en rechts binnen de rijbaan rijden. Het voordeel hiervan is dat de groep qua lengte een stuk compacter wordt. Ook is het zicht naar voren beter dan wanneer iedereen in één lint achter elkaar rijdt. Wanneer je in baksteenformatie rijdt houdt je nog steeds voldoende afstand van je voorganger. Nooit kom je met het voorwiel van jouw motor naast het achterwiel van je voorganger. Je voorganger moet er blind op kunnen vertrouwen dat hij direct zijdelings kan uitwijken wanneer dit nodig is. Hou die ruimte dus open!

Vrijwel altijd blijft iedereen zijn positie in de groep vasthouden, wat er ook gebeurt. Behalve wanneer er een bocht gereden moet worden, dan rijdt iedereen zijn eigen (ideale) bochtlijn en na de bocht wordt de oude positie weer opgepakt. Dit vasthouden aan de positie wordt soms volgehouden tot het uiterste. Ook in die gevallen wanneer je in alle redelijkheid dit niet van iemand kunt of mag verwachten. Neem bijvoorbeeld een tweebaans provinciale weg waar je in de linker rij van de groep een positie inneemt. Er komt een flinke vrachtwagen jullie tegemoet. Blijf je jouw positie vasthouden of verplaats je naar rechts waarbij je in de weg gaat rijden van de motorrijder (schuin) achter je. Zo zijn er legio voorbeelden te noemen waarbij het slim is wel te verplaatsen binnen de groep en dus (tijdelijk) van de formatie af te wijken. In veel groepen worden deze verplaatsing niet op prijs gesteld, maar wij adviseren je dringend om eerst en vooral te denken aan je eigen veiligheid en daarna aan de veiligheid van de groep.

Jouw manier van kijken in een groep moet feitelijk net zo zijn als wanneer je individueel rijdt. Ver voor uit kijken en ook breed kijken. Focus je niet op je voorganger maar kijk voor je zelf en reageer voor je zelf. Als je dit goed doet heb jij al veel eerder dan je voorganger verkeerssituaties gezien die om een reactie vragen. Gebruik ook je spiegels heel veel. Houd de motorrijders achter je goed in de gaten. Waar rijden zij? Kun je veilig een (nood)stop maken of moet je uitwijken?

hand-signalenIn veel groepen worden ook vaak handsignalen gegeven die betrekking hebben op snelheid verhogen of verminderen, richtingveranderingen of gevaarlijke situaties. Soms nuttig maar vaak ook overbodig en leiden zij af van het verkeer.

De afstand van de motorrijder die één positie voor jou rijdt (dus in de andere rij) kan wat korter zijn dan gebruikelijk. Immers wanneer hij moet remmen blijft er voor jou nog voldoende rijbaan over om ook te remmen. De afstand van de motorrijder direct voor je moet wel voldoende groot zijn om normaal te kunnen reageren. Vuistregel voor een minimale veilige volgafstand is de 2 seconde regel. Rijdt degene voor je een vast punt voorbij dan mag jij daar pas na 2 seconde voorbij rijden.

In het ultieme geval heeft iedereen binnen de groep de beschikking over de te rijden route. Dan kan via een routerol, een kaart of een navigatiesysteem zijn. Heeft niet iedereen de beschikking over de route dan zijn er verschillende mogelijkheden waarbij iedereen de zelfde route rijdt.

Een manier is dat er bij elke richtingverandering gewacht wordt op de laatste rijder. Staat er niemand te wachten dan is het dus een kwestie van rechtdoor blijven rijden.

Een andere manier is dat in ieder geval bij de voorste rijder de route bekend is. Bij elke richtingverandering blijft de rijder die op dat moment in tweede positie rijdt op dat punt staan en wijst de rest de richting. Tot de laatste rijder aankomt. De laatste rijder is een vaste rijder en wordt niet gewisseld. De tweede rijder voegt voor de laatste rijder weer in en uiteindelijk rijdt die weer achter de voorrijder en begint het spel overnieuw.

Voel jij je niet prettig in de groep, ben je het niet eens met het rijgedrag van een of meerdere groepsleden, verlaat dan de groep en rij zelfstandig verder. Behoudt je eigen normen en waarden en laat je niet verleiden mee te doen met eventueel groepsgedrag

Veel veilige motorkilometers gewenst.

En weet: Tijdens de trainingen van Verkeerstraining Nederland is het altijd mooi motorweer.

Rob Riechelman.