Het is een mooie voorjaarsdag, droog, zonnetje, rond de 12-graden en weinig wind. Truus besluit om haar stalen ros Pino genaamd, te laten ontwaken uit zijn winterslaap.

Pino is de hele winter vertroeteld met een druppellader. Voor de winterslaap is zijn buikje gevuld met verse olie en alle filters zijn vervangen. Nog even de bandenspanning en verlichting controleren en we kunnen op pad. Nog even een remproefje aan het begin van de straat en ook die blijken de winterstop goed te hebben doorstaan.

Truus en PinoTruus heeft geen geplande route, immers de zon tegemoet is altijd de goede richting. Dan bedenkt zij zich dat ze toch wel wat roestig op Pino zit en in plaats van de zon tegemoet, stuurt zij naar het industrieterrein, waar een grote parkeerplaats is. Lekker uit het zicht. Niemand hoeft te weten dat zij zich niet zo zeker voelt de eerste keer weer op de motor. In een denkbeeldig vak even een paar achtjes draaien. De midden strepen vormen de pionnen voor de slalom.

Dat voelt al een stuk beter en vol vertrouwen gaat ze op pad. Na een uurtje sturen wordt het toch wel tijd voor een kop koffie en haar oog valt op een cafeetje waar al een horde motoren geparkeerd staan. Kennelijk zijn er meerder zielsgenoten op het idee gekomen om maar eens een stukje te gaan toeren. Pino vind een plekje tussen zijn soortgenoten. Alhoewel soortgenoten? Pino valt een beetje uit de toon. Pino is duidelijk gedateerd tussen de rest van het motorgeweld. Zijn kleur is wat ingetogen, geen opvallende uitlaten, maar twee tellertjes in het dashboard en maar drie lampjes. Maar wat zou het. Pino is haar Pino en ze kent hem van haver tot gort. Hop naar binnen en aan de koffie. Als Truus haar helm af doet en haar blode haren losschud is de eerste uitnodiging om aan een tafel met motorrijders plaats te nemen al binnen en de koffie al besteld. Na het plichtmatige voorstellen gaat het gesprek al snel over motoren (wat anders?). En hoewel Truus het meeste onderhoud zelf doet en best ook wel wat weet van motoren, komen er nu toch dingen aan de orde waar ze nog nooit van gehoord heeft en dus ook wel niet op Pino aanwezig zullen zijn. Er wordt flink gepocht over het aantal pk’s aan boord en alle systemen die dat WCSgeweld moeten beteugelen. Als de kreet WCS voorbij komt, kan Truus haar nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en vraagt wat dat dan wel is. Ze wordt nog net niet uitgelachen als ze hoort dat het Wheelie Control System betekent. Nu is Truus nog niet veel verder, maar zonder te vragen wordt er uitgelegd, dat je de computer opdracht geeft om een wheelie te maken en het aantal graden waarmee het voorwiel van de grond komt in kunt stellen. Truus verslikt zich van het lachen in haar koffie. Dus jullie willen zeggen dat jullie je motoren niet de baas zijn, maar dat je er een computer voor nodig hebt om er op te kunnen blijven zitten schatert ze het uit!!! Onbegrijpend wordt ze nagekeken als ze haar blonde haren weer onder haar helm wegstopt.

Buiten krijgt Pino een warme aai over zijn benzine tank. Pino zegt niets terug, maar weet dat Truus hem de baas is en niet andersom.

Moraal van dit verhaal: Ingebouwde veiligheid door computers is prima, maar zorg dat jij je motor de baas blijft en ga er niet van uit dat de computer het wel voor je zal regelen.

Je motor de baas zijn? Volg een van de trainingen van Verkeerstraining Nederland.